Veelgestelde vragen

Zijn konijnen, cavia’s of hamsters knuffeldieren ?

Neen.

Konijnen, cavia’s en (dwerg)hamsters zijn prooidieren/vluchtdieren en beleven oppakken of vasthouden vaak als stressvol of bedreigend, ook wanneer ze zich 'rustig' lijken te gedragen. Het schaadt vertrouwen op korte en lange termijn.

Ook het risico op verwondingen mag niet onderschat worden. We zien helaas vaker dieren die plots wegspringen en hierdoor lelijk ten val komen, met rug- en pootletsels tot gevolg. 

Wat is dan wél diervriendelijk ? Zet je rustig neer op ooghoogte in de ren (bij konijnen en cavia's) en laat de dieren zelf kiezen om al dan niet nabij te komen. Een lekkere stengel peterselie slaan ze vast niet af en bouwt net vertrouwen.

Oppakken gebeurt enkel wanneer nodig (medische check, verzorging, veiligheid).

We plaatsen geen dieren bij gezinnen die specifiek op zoek zijn naar knuffeldieren.
Een gelukkig dier is geen dier dat vastgehouden wordt, maar een dier dat zich veilig voelt en zichzelf mag zijn.

Kunnen konijnen en/of cavia’s samenleven met andere diersoorten ?

Nee.

Bij VZW DUTS plaatsen we geen konijnen of cavia’s samen met andere diersoorten. Denk hierbij aan konijnen en cavia's tezamen, alsook in combinatie met andere dieren zoals kippen.

Hoewel konijnen en cavia's allebei knaagdieren lijken (cavia’s zijn dat, konijnen niet), hebben ze fundamenteel andere noden:

Verschillende communicatie → ze begrijpen elkaars signalen niet

Risico op verwondingen → konijnen zijn sterker en kunnen cavia’s ernstig verwonden, zelfs onbedoeld

Ziekteverwekkers → Konijnen en cavia’s kunnen ziekteverwekkers bij zich dragen die voor henzelf geen probleem vormen, maar voor de andere soort ernstig of dodelijk kunnen zijn.

Geen echte sociale vervanging → ze vervullen elkaars sociale behoeften niet

Ook de combinatie met kippen is sterk af te raden om soortgelijke redenen:

Risico op verwondingen → Kippen kunnen pikken naar ogen, oren en neus. Eén trap of sprong kan al ernstige verwondingen veroorzaken

Ziekteverwekkers → Kippen kunnen ziekteverwekkers en parasieten meedragen (zoals Salmonella, E. coli, coccidiose-varianten) die voor konijnen en cavia’s ernstig of dodelijk kunnen zijn

Stress → Konijnen en cavia’s zijn prooidieren. Het gefladder, gekakel en onvoorspelbare gedrag van kippen veroorzaakt vaak chronische stress, zelfs als er geen directe agressie is. Stress verlaagt de weerstand en maakt dieren ziekgevoeliger.

Voeding → Kippenvoer is onveilig voor konijnen en cavia’s. Mee-eten gebeurt vaak ongemerkt. 

Hygiëne → De leefomgeving van kippen is niet geschikt voor gevoelige pootjes en luchtwegen. De plakkerige stoelgang van kippen blijft ook plakken in de pels en de pootjes van cavia's en konijnen, waarna ze dit innemen tijdens hun uitgebreid poetsproces.

Wat met honden en katten dan ?

Konijnen, cavia’s, hamsters en andere kleine knagers zijn prooidieren. Honden en katten zijn roofdieren. Ook wanneer ze lief, rustig of 'het gewend' lijken.

Roofdieren hebben een aangeboren jachtinstinct. Dat instinct kan plots geactiveerd worden door snelle bewegingen, piepgeluiden en stress of opwinding. Zelfs speelgedrag kan al dodelijk letsel veroorzaken. 

Een hond of kat hoeft niet 'vals' te zijn om gevaarlijk te worden. Zelfs zonder fysieke aanval ervaren prooidieren constante stress in de nabijheid van roofdieren.

Indien er geen strikt toezicht aanwezig is, dienen free-roam konijnen en cavia's uit de buurt van katten, honden en andere roofdieren gehouden te worden. De verblijven dienen volledig afgesloten te zijn en roofdierveilig. 

"Maar het gaat al jaren goed"

Dat iets nog niet fout gegaan is, betekent helaas niet dat het veilig is. Denk aan rijden met een glaasje teveel op, de deur niet slotvast of talloze andere risico's. Veel problemen ontstaan plots en zonder waarschuwing.

Waarom gebeurt de koppeling in de opvang en niet bij het adoptiegezin ? En waarom voorzien jullie geen “speeddates” ?

Bij VZW Duts gebeuren koppelingen altijd in de opvang en niet bij de adoptant thuis. Dat doen we heel bewust, in het belang van beide dieren. Waarom precies ? 

  • Neutrale omgeving:
    In de opvang kunnen we een neutrale ruimte voorzien waar geen van beide dieren territorium heeft. Dit vermindert stress en agressie aanzienlijk.

  • Ervaring & observatie:
    Onze opvanggezinnen hebben talloze ervaring met lichaamstaal, spanningssignalen en escalaties. We herkennen sneller wanneer het goed gaat. Of wanneer we moeten ingrijpen.

  • Tijd & rust:
    Een goede koppeling vraagt tijd. Soms is het liefde op het eerste gezicht, soms moet het ijs eerst breken. Dat kan in de opvang zonder tijdsdruk.

  • Veiligheid eerst:
    Mocht een koppeling toch mislopen, dan zijn wij uitgerust om onmiddellijk en veilig in te grijpen.

Een koppeling is geen 'even proberen', maar een proces dat de basis legt voor een levenslange relatie.

Daarom organiseren we eveneens bewust géén speeddates (korte kennismakingen met meerdere dieren op één dag).

  • Te veel stress:
    Meerdere korte ontmoetingen zorgen voor opeenstapeling van stress, wat het gedrag vertekent.

  • Onbetrouwbare indruk:
    Een dier dat in een speeddatesetting “klik” lijkt te hebben, kan later toch conflicten vertonen.

  • Relaties ontstaan niet in minuten:
    Echte compatibiliteit toont zich pas na langere observatie: rust, wederzijds respect, samen eten, elkaar wassen en ontspannen.

  • Risico op mislukte koppelingen:
    Speeddates vergroten de kans op verkeerde matches en latere herplaatsing. Iets wat we net willen vermijden.

Wij kiezen liever voor kwaliteit boven snelheid.

Dat is misschien iets meer wachten, maar het vergroot enorm de kans op een blijvende, harmonieuze match ❤️

Voedingsmythes bij konijnen en cavia’s) - feiten vs. fabels

1. Krijgen konijnen/cavia's diarree of gas van groenten (inclusief kool) of grassen en wilde planten (inclusief klaver) ?

Nee. Dat is een hardnekkige mythe.

Konijnen en cavia's zijn blad- en vezel­eters. In de natuur bestaat hun voeding uit grassen, wilde planten, bladeren, takken en schors, wortels van gewassen of (blad)groenten uit de moestuin van Mr. McGregor (Peter Rabbit, jazeker, goed gegokt !).

Groenten, grassen en wilde planten zijn dus géén extraatje, maar basisvoeding. Het draait niet om 'wel of niet', maar om variatie en balans.

2. Waar komen diarree, gas en plakpoep dan wél vandaan ?

- Coccidia en wormen : Vooral bij een besmetting met coccidia en wormen kan er veel blindedarmontlasting achterblijven. Een stoelgangtest kost zo'n 30 euro. Verzamel gedurende drie dagen vijf keutels per dag. Dat kan duidelijkheid geven of er sprake is van een besmetting. 

- Droogvoer : Groenvoer verteert sneller en correct. Biks verteert traag en onnatuurlijk. Wanneer beide gecombineerd worden, kan het groenvoer 'vastlopen' achter de droge massa. Dat veroorzaakt gas, diarree of plakpoep. En onterecht krijgt het groenvoer de schuld.

- Energie-/voedingsstoffenoverschot (te energierijke voeding)

- Te kruimelig voer (bijv. pellets/droogvoer die gemalen en vervolgens weer samengeperst of gebakken zijn, soms ook Zwarte Woud hooi voor individuele konijnen)

- Voerveranderingen, voeraanpassingen en -schommelingen (hooi overdag, veel vers voer of droogvoer 's nachts – eerst energiearm en dan ineens extreem energierijk)

- Medicijnen of andere redenen die ervoor zorgen dat de blinde ontlasting een vreemde smaak heeft

- Gedroogde kruiden, vooral tijdens de overgangsperiode of wanneer de gedroogde kruiden nog vrij fijn/kruimelig zijn.

- Een andere reden kan artritis zijn of andere ziekten waardoor de konijnen niet meer naar de blindedarmkeutels kunnen strekken (omdat het pijnlijk is of omdat het konijn beperkt is in zijn bewegingsvrijheid).

- Overgewicht (ze hebben geen toegang tot de blindedarmontlasting).

3. Hoeveel en hoe gevarieerd moet ik dan voeren ?

Bied idealiter minstens 7 verschillende soorten aan per voerbeurt, en minstens 10 verschillende soorten per dag. Uiteraard mag je meer aanbieden als dat kan ! Zorg ervoor dat dit ad-libitum aanwezig is, dus op elk moment van de dag. Gemiddeld komt dat neer op zo'n 200 gram per kilo konijn of 350 gram per cavia per dag. Enkel wortel of witloof geven is géén volwaardige voeding. 

4. Ik hoorde dat bladeren en takken van steenvruchtbomen giftig zijn - en pitten van appel ook !

Helaas ook zo'n hardnekkige mythes waarbij men de klok heeft horen luiden, maar niet weet waar de klepel hangt. 

Appelpitten bevatten ongeveer 1 mg sambunigrine per kilogram. Een konijn van 2 kg zou 6-8 mg sambunigrine moeten binnenkrijgen om te overlijden, dit binnen het uur (het lichaam heeft amper een uurtje nodig om dit af te breken). Dit komt overeen met 6-8 kg appelpitten. Geen enkel konijn (of cavia) zou zo'n grote hoeveelheid kunnen consumeren op zo'n beperkte tijd.

De takken van alle steenfruitbomen (kers, pruim, mirabelle, enz.) kunnen overigens zonder problemen worden gevoerd. Ze bevatten geen blauwzuur en ook geen amygdaline. Amygdaline komt alleen voor in de pit van steenfruitbomen, NIET in de schors of bladeren.

Let op : geschikte takken/bladeren (zie lijst bij Downloads & Links) zijn eetbaar mits ze niet met pesticiden zijn bespoten. Dit geldt bijvoorbeeld ook voor o.a. rozen - perfect eetbaar indien uit eigen, onbespoten tuin, niét eetbaar uit een boeket of uit het tuincentrum.

5. Bevat biks dan niet alles wat ze nodig hebben ?

Neen. Integendeel. Biks mist een groot deel van de voedingsstoffen (fytonutriënten, secundaire plantstoffen, ...) die wél voorkomen in wilde voeding. Bovendien bevatten de meeste brokken overgedoseerde additieven, wat net kan bijdragen aan gezondheidsproblemen op langere termijn. Een gevarieerd, natuurlijk dieet benadert het voedingspatroon van wilde konijnen veel beter.

6. Het hoofdvoedsel van konijnen en cavia's is hooi.

Wilde konijnen en cavia's zijn bladereters. Ze voeden zich met een gevarieerd aanbod aan wilde gewassen. Onze tamme konijnen hebben nog steeds een vrijwel identiek spijsverteringsstelsel en dezelfde voedingsbehoeften.

Hooi daarentegen bestaat uit gedroogd gras (met soms een beetje gedroogde kruiden). Het droogproces leidt tot een aanzienlijk verlies van vocht, vitaminen en voedingsstoffen. Hooi is daarom geen vervanging voor hun natuurlijke voeding. Het dient echter wel als aanvulling op groenvoer aangeboden moeten worden.

Tijdens het hooien gaat meer dan 50% van de voedingsstoffen verloren. Hooi verliest nog eens 6-8% van de voedingsstoffen per maand opslag. Voor vers hooi (dat 8 weken is opgeslagen) betekent dit dat er in het beste geval 'slechts' 62% van de voedingsstoffen verloren gaat.

7. Als ze diarree hebben, moet je altijd een hooidieet volgen.

Iedereen kent het advies bij diarree: drink veel vocht, want het lichaam verliest water. Voor konijnen en cavia's geldt hetzelfde: als men diarree krijgt, moet het natuurlijk een enorm vochtverlies opvangen, maar hooi bevat heel weinig vocht.

Over het algemeen geldt dat de oorzaak van de diarree altijd eerst moet worden vastgesteld en verholpen. Bij diarree mag alleen voedsel worden aangeboden dat bekend, goed verdragen en licht verteerbaar is. Konijnen met diarree moeten net een vochtrijk en vezelrijk dieet krijgen om de spijsvertering te ondersteunen. 

8. "Mijn konijn/cavia moet calcium-arm eten" / "Calcium is slecht voor hen".

Deze mythe leeft hardnekkig, maar is te kort door de bocht.

Konijnen neem calcium passief op via de darm. Overtallig calcium wordt normaal uitgescheiden via de urine. Een witte, melkachtige, lichte aanslag is dan ook perfect normaal. Problemen ontstaan niet door calcium op zich, maar door een onnatuurlijke calciumbron (bijvoorbeeld additieven of likstenen), te weinig vocht (nieren en blaas worden onvoldoende gespoeld, waardoor calcium zich kan opstapelen), te weinig beweging (blaas en nieren worden onvoldoende geschud) of een onfortuinlijke genetische aanleg (maar dit zijn uitzonderingen).

Natuurlijke calciumbronnen zijn veilig bij konijnen en caafs. Ook de items die van nature rijker zijn aan calcium - zoals bijvoorbeeld wortelloof of peterselie - vormen geen probleem, net omwille van hun vochtgehalte. Een gevarieerd, vochtrijk dieet ondersteunt juist een gezonde calcium-fosforhuishouding. 

Sterker nog : bij een tekort aan calcium gaat het lichaam calcium absorberen uit de beenderen. Voornamelijk uit het kaakbot, met alle (onherstelbare) gevolgen vandien.

9. Ad libitum voeren is slecht / Men mag niet onbeperkt eten.

Deze mythe ontstaat vaak door verwarring tussen wat onbeperkt mag en wat niet. Onbeperkt biks of droogvoer is inderdaad problematisch. Onbeperkt groenvoer, hooi, grassen, ... is volledig natuurlijk. Konijnen zijn continue grazers in de natuur. Ze eten ruim dertig keer doorheen de dag, telkens in kleine porties. Hun spijsvertering is gebouwd op een constante aanvoer van vezelrijk, vochtrijk plantenmateriaal, alsook een vrije keuze tussen verschillende planten. Beperken van groenvoer kan net leiden tot schrokken, voedselnijd, stress en een verstoorde darmflora.

10. Ik durf niet te plukken.

Veel mensen vermijden wilde planten uit angst voor vergiftiging of vervuiling. Begrijpelijk, maar in de praktijk overdreven en meestal onterecht. 

"Wat als ik iets giftigs pluk ?"

Het aantal echt giftige planten dat sterk lijkt op veelgebruikte voederplanten is zeer beperkt. Beginnen met goed herkenbare soorten (paardenbloem, weegbree, gras, brandnetel, braamblad, framboosblad) is volledig veilig. Je zou ervan verschieten hoeveel geschikte wilde planten je eigenlijk al kent die je tot nu toe later bekeek als 'onkruid'.

"Wat met hondenurine dan of andere vervuiling zoals uitlaatgassen ?"

In de natuur komen ook urine en uitwerpselen van dieren voor. Daar zijn planten en planteneters op aangepast. Bovendien zijn de meeste parasieten soortspecifiek - en dus niet schadelijk voor andere diersoorten. Uiteraard hoef je nu niet te gaan plukken op een hondenlosloopweide of aan paaltjes waar honden markeren, noch langsheen drukke wegen of op industrieterreinen. Maar plukken op enkele meters van het pad, in weides, rustige bermen of eigen tuin (zonder honden) is oké. Twijfel je alsnog ? Spoel jouw pluk gerust even af onder koel water !

-----

Veel voedingsproblemen bij konijnen en cavia’s ontstaan niet door wat men toevoegt, maar door wat men weglaat: variatie, vocht, natuurlijke planten en keuzevrijheid.